Stookwijzer: Stoken, houdt het gezellig!



Stoken met hout

Gebruik alleen schoon en droog hout, nooit gelakt of geverfd hout. Over het algemeen moet brandhout voor gebruik minstens één jaar op een droge en winderige plaats drogen. Een ideale plek is bijvoorbeeld onder een afdak tegen een gevel en afgedekt aan de zijkanten. Kleine, gekloofde houtblokken drogen sneller dan grote blokken.

Houtsoort Droogtijd
Den, populier  1 jaar
Linde, wilg, spar, berk, es, els 1,5 jaar
Fruitboom, beuk 2 jaar
Eik 2,5 jaar


Aanmaken van een haard of kachel

Voor een goede verbranding is een warme haard en een warm rookkanaal noodzakelijk, daarom is de opstart van de verbranding zo belangrijk. Om een goed vuur te maken legt u wat hout op de bodem van de haard of kachel, daarop legt u wat aanmaakblokjes, daarop wat klein hout en als laatste nog wat grote blokken bovenop. Zorg dat er voldoende brandstof in de haard of kachel ligt om minimaal het eerste uur te kunnen overbruggen, daardoor hoeft u de haard of kachel tussentijds niet te openen wat afkoeling van de verbranding voorkomt.


Vul de haard of kachel tijdig bij zodat de vlam er goed in blijft!

Na het stoken kunt u de haard of kachel het beste uit laten branden met voldoende luchttoevoer zodat de brandstof schoon op brand.
Te weinig luchttoevoer bij het uitgaan zorgt voor een smeulend effect en een onvolledige verbranding waardoor er schadelijke en
vervuilende gassen ontstaan.